Zoals je ook in mijn eerdere blogs kunt lezen, zijn er sterke parallellen tussen de ontwikkeling van cloud computing en die van Facility as a Service (FaaS). Om FaaS goed te kunnen begrijpen, zul je eerst inzicht moeten krijgen in wat cloud computing nu precies is en hoe het zich in de laatste decennia heeft gevormd. In deze blog dan ook minder aandacht voor Facility as a Service, des te meer voor zijn grote broer ‘cloud computing’.

Wat is cloud computing?

Volgens de website van ICT Informatievoorziening is cloud computing vandaag de dag de verzamelnaam voor alle diensten waarbij het beheer van software en hardware wordt uitbesteed aan derden. Kenmerkend is dat de benodigde software en hardware niet meer aanwezig zijn binnen de bedrijfsmuren van de klant. In plaats daarvan worden deze aangeboden vanuit de locatie van de cloud-aanbieder. Het internet is de schakel tussen aanbieder en gebruiker.

Voordelen cloud computing

Je beschikt altijd over de meest actuele software versies.
Het beheer en onderhoud vallen onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder.
Vanaf elke locatie die beschikt over internet kun je gebruik maken van je bedrijfsapplicaties en data.
Je kunt eenvoudig extra gebruikers toevoegen.
Hoge investeringen zijn niet meer nodig, omdat je de dienst meestal op abonnementsbasis en per user afneemt.

Dankzij de steeds snellere en veiligere internetverbindingen heeft cloud computing de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Een groot deel van alle CRM-, ERP-, HRM- en andere bedrijfssoftware wordt inmiddels gebruikt als cloudoplossing, hetgeen ook geldt voor dataopslag (storage) of bedrijfstelefonie (VoIP). Om te komen waar we nu staan met cloud, is de afgelopen jaren echter een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Jaren ’80 en ’90

In de jaren ’80 en ’90 werden (proprietary) mainframe oplossingen grootschalig vervangen door gedistribueerde (open) client server omgevingen. Het aantal te beheren componenten in een infrastructuur nam snel toe. Organisaties hadden behoefte aan beheertools waarmee je vanuit één centraal punt componenten kon beheren. Daarnaast bestond de noodzaak om uniform te werken volgens het ITIL-model (Information Technology Infrastructure Library). Fabrikanten kwamen met oplossingen die aan deze wensen voldeden. Implementatie hiervan was echter zeer kostbaar, waardoor het alleen voor grotere organisatie was weggelegd.

Periode 2000-2005

Omdat ook kleinere bedrijven behoefte kregen aan een dergelijke oplossing én omdat de marge op ICT-producten onder druk kwam te staan, kwamen er verschillende ICT-aanbieders op de markt die beheeroplossingen gingen aanbieden als dienst. Voor klanten ideaal, vooral ook vanwege de toenemende complexiteit van ICT. Iemand die vanuit zijn hobby in een ICT-functie was gegroeid, had steeds vaker ondersteuning nodig. ICT werd steeds belangrijker en organisaties begonnen hinder te ondervinden van het gebrek aan kennis. ICT-aanbieders startten kleinschalig, waarbij helpdesk ondersteuning en beheer van o.a. servers en netwerkcomponenten op afstand (remote) werd uitgevoerd. De servers stonden vaak nog op locatie (on premise) bij de klant.

Periode 2005-2010

Omdat (internet-)verbindingen steeds sneller werden en klanten steeds minder binding en gevoel hadden met de techniek, verhuisden servers vaker van de locatie van de klant naar een datacentrum. Wel waren klanten op dat moment nog steeds eigenaar van de hardware en software, alleen werd de ondersteunende dienst door een gespecialiseerd bedrijf uitgevoerd.

Periode 2010-2015

Vanaf 2010 gingen ICT-bedrijven het centrale server gedeelte aanbieden als een dienst. Klanten waren vanaf dat mome